Het is vrijdagochtend en de zon schijnt. Alleen vanmiddag staat een afspraak in de agenda. Na het lezen van de krant overvalt mij een neerslachtig gevoel. Terugdenkend komt dat door een artikel waarin het CPB een “worst-case-scenario” schetst. Het kan nog heel lang duren voordat alles weer “normaal” draait. Ik betrap mezelf erop dat ik ondertussen verlang naar “normaal”. Na een operatie en herstel was ik net weer een week aan het werk toen mijn agenda werd leeggeruimd door de coronapandemie. Daar kon ik goed mee leven hoor, een paar weken. Maar nu brandt het vuur weer van binnen om iets te doen.
De vraag is natuurlijk: hoe ga je om met neerslachtigheid. Daar help ik als coach anderen mee, maar mezelf?
Het klinkt simpel en zo is het met al dit soort adviezen. Het idee is niet ingewikkeld, maar de uitvoering lastig. Ik weet ook wel dat nieuws op dit moment niet echt goed is voor mijn humeur, toch lees ik het. Het vervelende gevoel daarna is gelukkig weer wat naar de achtergrond verdwenen. Drie activiteiten hebben daarbij geholpen.
1. Aandacht richten
Met een kop koffie in de hand uitgebreid de planten en bomen in de tuin bestuderen. Welke knoppen komen uit, waar komt nieuw groen boven de grond en wat valt de zon mooi door de takken.
2. Mensen een hart onder de riem steken
Nagaan wie er eenzaam zijn, het heel druk hebben en wie er een gesprek kunnen gebruiken. Een kaartje, een berichtje en een gesprek. Het kost alleen maar tijd en die is er in overvloed. Een geluksgevoel is niet het doel, maar wel het effect.
3. Een doel nastreven
Aan een artikel werken, verdiepen in de achtergrond van een vraagstuk van klant, online college volgen en een flinke wandeling nu het mooi weer is. Dit kost discipline en lukt niet aldoor hoor, maar geeft wel houvast.
“Geluk is als een vakantiehuis, je kunt er niet permanent verblijven, maar wel steeds langer” (vrij naar Dr. E. Dreesens). Bovenstaande activiteiten kunnen je daarbij helpen.
Voor als je -ondanks corona- toch wilt afspreken hebben we maatregelen getroffen:
We houden ons aan anderhalve meter;
Ontsmetten deurknoppen, letten erop dat u zelf een kopje (koffie/thee) pakt om overdracht van het virus te vermijden;
Maken vaker wandelingen. Door bewust methoden van “buiten coachen” in te zetten geeft dit een ander effect dan binnen.
Via het beeldscherm coachten was nieuw voor mij, maar het lijkt toch te werken.
“Als je met beide benen op de grond blijft staan kom je geen stap verder” (Loesje)
Stiltes zijn belangrijke momenten tijdens een coach-gesprek. Het is vaak zo’n moment dat een inzicht doordringt in het bewustzijn. Dat je een gedachte moet laten bezinken om de betekenis te kunnen bevatten. Zo’n moment van niet weten wat je moet zeggen. Bijvoorbeeld het inzicht dat je al jaren vastzit in een baan die niet goed (meer) bij je past. Dat je toch beter had moeten luisteren naar je partner voordat die de relatie verbrak. Dat stress ook te maken heeft met hoe je zelf over een situatie nadenkt. Zomaar wat voorbeelden van inzichten die tijdens het coachen kunnen ontstaan, maar al buiten wandelend een andere dimensie hebben dan binnen.
Buiten is dus anders dan binnen en bewegen anders dan stilzitten. Maar waarom werkt een wandeling nu zo goed? Waarom is het tijdens wandelen makkelijker om stil te staan bij dingen? Waarom geeft wandelen een goed gevoel, levert het andere inzichten op die ook nog eens beter beklijven dan binnen?
Natuurlijk is bewegen in algemene zin goed. Er komen stofjes vrij zoals endorfine, serotonine en dopamine, hierdoor ontstaat een prettig gevoel. Daarnaast stroomt bloed wat sneller, waardoor er meer zuurstof in organen, -waaronder je hersenen- terecht komt. Je kunt dus helderder denken. Door bewegen kunnen ideeën spontaan ontstaan, creativiteit wordt erdoor gestimuleerd en het vermindert stress. Zoals Eric Scherder (hoogleraar neuropsychologie aan de VU) dat als geen ander kan verwoorden: “de prefrontale cortex remt beter op de brein-gebieden die stress veroorzaken, je hebt dus minder last van stress”.
Magie
Maar er is meer, de meeste wandelaars zullen dit herkennen. Zeker als je samenloopt valt er in het begin veel uit te wisselen. Je praat, luistert en reageert. Na een tijdje vertraagt het gesprek. De omgeving begint als het ware op je in te werken. Zeker als je in de natuur loopt werken de geluiden, de kleuren, de geuren onbewust door. Het ritme zorgt voor een bepaald soort dromerigheid. De traagheid van wandelen veroorzaakt tijdloosheid en mentale ruimte. Die ervaring van mentale ruimte kan wel eens te maken hebben met het beschikbaar komen van het langetermijngeheugen. Immers, het langetermijngeheugen werkt aan de hand van beelden en associaties. Juist het langetermijngeheugen wordt door indrukken uit de natuur gestimuleerd. Je kunt dus een zee aan herinneringen aanspreken tijdens het wandelen.
Als coach wil je natuurlijk dolgraag dat iedereen dit ervaart, maar zo werkt het ook weer niet. Misschien is de mens van nature wel een padvinder. Als metafoor werkt het in ieder geval. Ik kan nooit voorspellen hoe een wandeling verloopt. De één loopt sneller of makkelijker dan de ander waardoor de route of de duur onderweg wordt aangepast. Er ontstaat iets in het gesprek waardoor je op een open plek korte of langere tijd stilstaat, bijvoorbeeld omdat het gesprek vraagt om oogcontact. De ene mens is gevoeliger voor de omgeving dan de ander. Kortom, ook als coach ervaar ik zo’n sessie als het zoeken naar zowel een mentaal als een fysiek pad om verder te komen.
De natuur biedt werkelijk een schat aan metaforen. Vaak gebruiken we die spontaan. Bijvoorbeeld een cliënt die een “spagaat ervoer”. Veel mensen herkennen dat, het tweeslachtige denken dat besluiten of handelen in de weg kan staan. Toen ik in een spagaat ging staan konden we daar allebei om grinniken. Het beeld is natuurlijk gekkigheid, maar het leverde een prachtig gesprek op over denken en handelen in polariteiten als tegenhanger van de spagaat.
Onwerkelijke tijd, onwezenlijke tijd, verdrietige tijd, wellicht tijd voor bezinning. Bezinning op wat er om je heen gebeurt, maar wellicht ook op je eigen loopbaan en persoonlijke zaken die daarmee samenhangen. Terugkijken naar wat is geweest en daar lessen uit trekken. Vooruit kijken, “wat is mijn verlangen” en daar concrete initiatieven bij bedenken voor de volgende fase. Deze periode als natuurlijk intermezzo benutten.
Verlangen kan zich op allerlei manieren manifesteren. Soms als een licht zeurend of knagend gevoel vanbinnen, als onvrede of weerstand op het werk of thuis. Soms als vage onrust dat iets beter, effectiever kan, maar dan zonder handelingsperspectief. Om inzicht te krijgen in kernthema’s onderzoeken onze cliënten welke ervaringen hebben geleid tot de wijze waarop men in het heden functioneert. Welke inzichten en maskers zijn opgebouwd, welke waarden zijn belangrijk en wat is hun werking?
Concreet:
Online persoonsprofiel van, naar keuze, jouw drijfveren, talenten, leiderschapsstijl, verkoopstijl, leerstijl en a.d.v. vragenlijst Insights Discovery of DISC (Deze methodiek is gebaseerd op de Jungiaanse psychologie en geeft middels een vragenlijst inzicht in gedrag. )
Rapportage in pdf formaat per email
Theorie in pdf-formaat
Online Video-conferencing.
Op aanvraag ook losse Insights-workshops online.
Begeleiders van Klokwise laten zich raken door het proces dat de cliënt doormaakt en vertalen dat naar professionele interventies gebaseerd op vele jaren ervaring.
Shit, google-maps stuurt me van de snelweg af Parijs in. De tijd loopt op terwijl ik van ergerniswekkende files verstrikt raak in het chronische Parijse-binnenstad-verkeersinfarct. Waarom volg ik dan ook de routeplanner, waarom …… et cetera. Het duurt lang voordat we Parijs weer uit zijn en onze weg vervolgen. ’s Avonds laat arriveren we op plaats van bestemming. Heerlijk hoor, zo’n huisje, boeken, fietsen, wandelschoenen en een goed humeur. Ondertussen is er vandaag iets doorgebroken in mijn hoofd. Ik kan het nog niet helemaal grijpen, maar het lijkt op een besef, iets dat ruimte geeft. Iets kleins, maar wezenlijk.
De Franse ochtendzon, sterke koffie en een ipad-krant, tevreden strek ik me uit en tuur naar de wuivende boomtoppen. Het valt me zomaar binnen, Ik heb geen zin meer in reizen, niet in autoreizen, vliegtuigreizen, files, massa’s & drommen. Het is een patroon dat zich langzaam ontvouwt in mijn bewustzijn. We doen dit al jaren zo. Niks mis mee natuurlijk, maar toch, er kriebelt iets. Ik verlang naar de spanning van iets nieuws. Een leeg wit vel, een onvoorspelbare tocht. Na het besef komt een besluit. De volgende vakantie is het tijd voor iets nieuws, zelfs niet op vakantie gaan is een optie.
Na deze vakantie spreek ik Jaap. Een cliënt die na zijn persoonlijke begeleidingstraject nog 1 á 2 keer per jaar even komt “sparren”. Jaap stuurt een paar honderd man aan en zit al jaren bij hetzelfde bedrijf. Een goede, degelijke werkgever. Jaap is een gezonde vijftiger met een helder verstand en goed relativeringsvermogen. Zijn bedrijfsonderdeel maakt lastige tijden door wegens doorgevoerde bezuinigingen. Een groot deel van de oorzaken ligt buiten zijn invloedsfeer. Zeker nu de economie beter gaat schuurt dit met de achterblijvende resultaten in zijn unit.
We spreken over nieuwe impulsen die we kunnen organiseren om zijn mensen te blijven motiveren. We spreken over verandermoeheid, over hoe het zoveelste vernieuwings-initiatief ook voor de medewerkers een patroon wordt. Over “metaalmoeheid” van de organisatie door de voortdurende nadruk op meer efficiëntie. En vooral over hoe dat persoonlijk vat op je krijgt, hoe een cultuur tot in je haarwortels doordringt. Hoe je onbewust dingen doet in lijn der verwachting en daardoor soms patronen van onvrede versterkt waar je eigenlijk iets nieuws wilt creëren.
We lopen naar de keuken en terwijl ik nieuwe koffie maak deel ik mijn vakantie-ervaring. Het is niet zozeer de ervaring ‘an sich’ die inslaat, als-wel het intense besef hoe ons menselijk vermogen om iets nieuws te creëren kan worden uitgedoofd zonder dat we daar erg in hebben. Dat je al jaren een bepaald pad bewandelt en ineens beseft dat het doodloopt. Al die tijd en energie. En misschien is het niet eens het pad zelf, maar het besef dat je al een tijd niet echt hebt waargenomen, niet wezenlijk tenminste.
We waren er beiden stil van. Soms ontwikkelt een coaching-gesprek zich tot een dieper besef van ‘zijn’. Vindt een existentieel besef zijn weg naar het bewustzijn. Het was de trigger die Jaap op een nieuw levenspad zette. Ik sprak hem nog enkele keren dat jaar in zijn weg naar zelfstandigheid. Hij heeft nu zijn eigen bedrijf waarmee hij experimenteert met nieuwe, duurzame vormen van vervoer en energie.
En de vakantie? Wij hebben een trekking-fiets met toebehoren aangeschaft en ons aangesloten bij een groeiende gemeenschap lange-afstand-fietsers. Het kriebelt weer vanbinnen als ik de kaarten bestudeer.
Ik wens u een prettige vakantie en daarna bent u uiteraard van harte welkom voor een vrijblijvende kop koffie op ons oude, maar gezellige kantoor in Amersfoort.
“Ik wil graag schurend advies, op het scherpst van de snede”
Het stoplicht staat op rood, ik staar uit het zijraam. Uit de speakers klinkt Iggy Pop.
“I’m gonna break into your heart
I’m gonna crawl under your skin
I’m gonna break into your heart
And follow till I see where you begin”
Op straat loopt een bejaarde man. Onvast ter been, slordig aangekleed. Een meter of drie achter hem schuifelt zeer moeizaam een oude vrouw. Zij is kromgegroeid als een oude verweerde eik. Ze zwoegt moeizaam voort, zwaar steunend op haar rollator. De afstand tussen beiden lijkt zich te vergroten. Diepe groeven, verbeten gezichten. Waar ze ook heen moeten, de afstand lijkt te ver. Ik bestudeer de man, waarom loopt hij voor haar uit? Ziet hij niet haar moeizame gang? Op dat moment draait hij om, zwalkt een stukje terug. De vrouw stopt even en kijkt naar hem op. Hij kust haar teder op het voorhoofd. Samen vervolgen ze hun weg.
Ik denk terug aan het tafereel “Couple under an Umbrella” van Ron Mueck in museum Voorlinden. De oude man, starend, naar wat eigenlijk? Onvermijdelijk volgen beelden van mijn eigen ouders. Flitsen uit hun vitale werkzame leven. En wie zijn zij, dat “Couple under an Umbrella”? Het noopt mij tot zelfreflectie. Waar staar ik naar op zijn leeftijd? Ouderdom blijft me bezighouden deze maand. Zal het de herfst zijn?
Ondertussen raast de ratrace voort en ik ren een beetje mee. “Ik wil graag schurend advies, op het scherpst van de snede”. De directeur kijkt me doordringend aan. “Ik heb vernomen dat jij verdraaid scherp kunt zijn, maar als ik signalen krijg dat jouw interventies niet voldoende effect hebben, ………..”
Hoe zat dat ook al weer, vertrouwen hebben van een opdrachtgever om scherp te kunnen interveniëren. Ik voel een hele scherpe interventie opkomen. Tegelijkertijd altijd weer die twijfel hè, zal ik de opdracht hiermee gaan verliezen. “I’m gonna break into your heart, I’m gonna crawl under your skin” klinkt Iggy in mijn hoofd. De dood of de gladiolen. Beter geen opdracht dan een halfslachtige.
De auto’s voor het stoplicht komen in beweging. In de spiegel schuifelt het oude koppel voort. “And follow till I get under your skin, And the wall comes tumbling down, And you finally let me in”. In verbeelding lig ik onder de Umbrella en kijk terug naar dit moment.
Met scherpe knallen klappert het zeil, spanning in mijn onderbuik. Nerveus manoeuvreren mijn concurrenten in deze wedstrijd hun boot in de juiste positie. Het weer is onvoorspelbaar, een vlagerige wind. De kunst is om precies op tijd en op snelheid te zijn als het startsein afgaat. Nog 30 seconden. Ik lig te ‘hoog’ t.o.v. de wind/startlijn, trek mijn zwaard ietsje op, val af…. Nog 15 seconden…… Het startsein klinkt en weg zijn we.
Concurrentie betekent competitie. Meten, wie is de beste, slimste en snelste. Wie ziet als eerste die vlaag, die vanuit een net iets andere windhoek over het water scheert? Wie heeft de meest optimale zeiltrim (stand van het zeil zodat je optimaal rendement uit de wind haalt), materiaal op orde en een goede fysieke conditie. Allemaal geen overbodige luxe bij een zeilwedstrijd.
We kruizen naar de bovenwindse boei. Ik lig niet eens slecht, maar verlies hoogte ten opzichte van mijn naaste concurrent. Mijn neerhouder iets strakker? Bij het ronden van de eerste boei wordt er flink gemopperd, ruimte hoor ik mezelf roepen.
De beelden van deze wedstrijd komen in me op, bij het verhaal van een 53-jarige manager van een groot bedrijf. Hij vertelt op zijn kantoor over de herstructurering die daar wordt doorgevoerd. “Ikzelf en een groot deel van mijn collega’s moet opnieuw solliciteren, naar een soortgelijke functie op een andere plek. Ik begrijp dat er iets moet gebeuren, maar over de wijze waarop ben ik slecht te spreken. Goede collega’s zijn opeens mijn concurrent geworden. Het werkt verlammend om steeds te moeten denken in termen van competitie. Welke informatie kan ik delen? Waarmee word ik op een onverwacht moment geconfronteerd als ik anderen nu vertrouw? De bedoeling is dat we als bedrijf beter gaan presteren. Dat betekent vernieuwen. Maar ik kijk nu wel uit om een nieuw idee te lanceren, veel te veel risico”. Hij is nerveus, weet niet of zijn kennis ten opzichte van zijn collega’s goed genoeg is. Er wordt naar elkaar gekeken. Wie heeft de beste positie om te starten in de nieuwe job?
Winnen of verliezen, dat is spannend. Het vraagt om mentale slagkracht. Jongeren leren dit tijdens sportwedstrijden. Trainen van fysieke, mentale en tactische vaardigheden om optimaal te presteren. Sportief, dat betekent sociaal gedrag tijdens een competitie. Niet persé voor de erkenning, wel voor de voldoening. Het hoort (of zou moeten horen) bij de vorming tijdens onze jeugd.
En dan wordt je ondergedompeld in volwassenheid. De competitie verplaatst zich naar de werkvloer, de zorg veelal naar een nieuw team, bijvoorbeeld je gezin. Verantwoordelijkheid groeit op alle fronten. Het gaat heel goed met je carrière. Op enig moment vind je jezelf terug in een functie waarin je veel mensen aanstuurt en verantwoordelijk bent voor een groot budget en bijbehorend afbreuk-risico.
Een manager vertelt mij dat hij verantwoordelijk is voor een omvangrijk technisch programma. Op strategisch niveau zijn intentieverklaringen afgegeven en reeds voorinvesteringen gedaan. Inhoudelijk is hij goed op de hoogte. Hij heeft zijn zaakje goed georganiseerd en is buitengewoon gemotiveerd om dit traject te leiden. Een echte uitdaging. Dan krijgt hij onverwacht bericht dat het hele programma tijdelijk wordt stopgezet. Als we de zaak analyseren komen we uit bij een analyse van het sociale krachtenveld. Waar zit de competitie, van wie weten we dat ze echt gecommitteerd zijn? Van wie weten we te weinig? Wie strijden er met open vizier? In de navolgende weken doet hij onderzoek. Enigszins terneergeslagen vertelt hij me enkele weken later dat iemand een “rattenstreek” met hem heeft uitgehaald. Er is informatie over hem verspreid die niet overeenkomt met de realiteit. Uiteraard onduidelijk door wie en inhoudelijk niet correct. Het kwaad is echter al geschied. Iemand anders gaat straks met de eer strijken van al het voorwerk dat hij heeft verricht.
Soms is de werkvloer niet zo transparant als het sportveld. De organisatiecultuur niet zo verzorgend als ouders bij hun kinderen op de sportclub. De leiding niet zo objectief als de scheidsrechter of je concurrenten in de zeilwedstrijd. Soms is het een gruizige strijd.
Het punt dat ik hier wil maken is dat competitie en strijd onlosmakelijk zijn verbonden met de sociale realiteit op de werkvloer. Dat winnen voornamelijk gaat over de wijze waarop je omgaat met je eigen emoties, met name je angsten. Durf je te denken in termen van competitie? Welke partijen en belangen spelen mee in deze wedstrijd? Wat zijn de kwaliteiten van je tegenstanders? Welk spel spelen zij? Wat staat er voor hen op het spel? Welk spel wordt onder de waterspiegel gespeeld? Wat is hun strategie? Waar ligt hun belang? En als jij verliest, wat verlies je dan?
Verongelijktheid ligt op de loer. Want ja, de beschavingsnormen schrijven toch voor dat ……. De praktijk blijkt weerbarstig. Kunnen beschaving en strijd samen gaan? Kan het zijn dat we dat dagelijks zien bij onze kinderen op hun sportclubs?
Toen ik vorig seizoen besloot om mijn jeugdsport weer op te pakken, was ik zo beleefd en voorzichtig geworden (nieuwe boot, oei als die maar niet beschadigd), dat ik de iets ‘brutalere’ zeiler maar voor liet gaan bij de boei. Want, stel je voor…… Daarmee win je dus geen wedstrijd. Pas toen realiseerde ik me dat je soms de adrenaline-signalen vrij spel moet geven. Dat ik was verleerd dat je voluit moet gaan om te winnen. “De Dood of De Gladiolen”
Na een uitputtende wedstijd eindig ik als zevende. Niet slecht in een veld met ervaren zeilers. Nog een beetje high van de adrenaline praten we bij een biertje na over de wedstijd . Vergissingen tijdens de verhitte strijd worden benoemd en weggetoost. Zo wens ik het ook op de werkvloer.