
Maar je kunt natuurlijk ook uit je comfortabele habitat komen voordat die wordt gehackt!
Een stille gang in de voormalige gevangenis aan het Wolvenplein in Utrecht. Beetje duister, mijn vingers strijken langs een ruwe muur. Droge mond, ineens dringt tot me door hoe het is om gevangen te zijn. Niet je impulsen te kunnen volgen. Ik wil weg, naar buiten, maar onderdruk die emotie. Aan het einde van de gang naar rechts, in mijn ooghoek neem ik iemand waar. Vreemde houding, zo tegen de muur. Telefoneert hij? Is hij ziek? Ik wil ook niet storen, er zijn momenten dat een mens even alleen wil zijn. Ik waag het er toch op en loop de doodlopende gang in langs de leunende figuur. In de schemer zie ik armoede, vertwijfeling in het gezicht. Een milliseconde maar, dan realiseer ik me dat het kunst is.
Wat doet het met je als je buiten een systeem terecht komt?
Die vraag stelt de kunstenaar Roy Villevoye met zijn leunende figuur in de donkere gang. Het verbeeldt Adolf Hitler op 20-jarige leeftijd. De jonge Adolf wilde kunstenaar worden. Hij werd afgewezen voor die studie, raakte aan lagerwal en werd dakloos. Wat gebeurt er met mensen als ze de controle over hun leven verliezen? Als hun ambities en potenties in disbalans zijn met het beeld dat de maatschappij van hen heeft? Met het levensverhaal van Hitler als uitgangspunt stelt Villevoye vragen over een samenleving die hele groepen als ‘overbodig’ wegzet. Hij brengt ons terug naar het moment dat de toekomst nog alle kanten uit kon. Voor Hitler en voor de wereld.
Kunnen we de toekomst wel voorspellen?
Ik schrik een beetje terug van de grootsheid van deze stelling. Moet denken aan mijn eigen leven. Wat ik zo erg vond aan doubleren was dat mijn vriendjes doorgingen, dat ik daar niet meer bij hoorde. Ook zakken voor eindexamen geeft dat gevoel. Al die tassen in de vlaggenmast, dat oneindige ‘vakantie- en-de-hele-wereld-ligt-open-gevoel’ en dan jij die bent gezakt en toch ‘mee-feest’. Ondertussen voelen dat je er niet bij hoort. Iedereen die tegen je zegt “ah joh, jij volgend jaar, wat is nu een jaartje”. Natuurlijk, maar toch, het gaat om nu. Zou ik een andere studie hebben gekozen? Zou ik andere mensen hebben ontmoet? We kunnen de toekomst niet voorspellen. Ik ben best goed terecht gekomen. Misschien was Hitler na de kunstacademie een nog creatievere leider geworden, nog succesvoller in zijn streven.
Ergens bij horen helpt om de toekomst te voorspellen
We horen allemaal altijd ergens bij, groepsdier als de mens is. Bij je gezin, je vrienden, je school, je geboorteland, het land, de stad, de wijk waar je woont, de sportclub. Allemaal kringen waarin jouw identiteit wordt bevestigd. Niet meer bij een groep horen is gewoon een angstige ervaring. Het vaste ritme van werk wordt een ritueel, de cultuur op de werkplek is een verzamelplaats van onbewuste uitingen van waarden die jouw deelnemer-schap al dan niet bevestigen. Het brengt structuur en daarmee voorspelbaarheid in je leven.
“Bakkie-cultuur”
Bij een recente interim-klus moest ik wennen aan de “bakkie-cultuur”. Mijn collega’s gingen regelmatig bij elkaar op de koffie. Daar werden persoonlijke gesprekken gevoerd, maar ook zaken besproken. Dat leek heel inefficiënt, maar tijdens de vergadering –het formele circuit- wist iedereen wat er besproken en besloten zou worden. Conflicten waren er nauwelijks. Samen met mij was er nog een andere nieuwe manager. Hij had net als ik een grote drang om daden te verrichten, niks tijd verkletsen. Hij heeft het er niet lang uitgehouden.
Het zijn de ongeschreven wetten van de groep die bepalen wie er wel en niet bijhoren. Je past je aan of vertrekt. Tijdens de koffierondjes leerde ik reeds lang vertrokken collega’s kennen. De helden van weleer. De man die iedereen bij naam kende en ook nog verstand had van techniek. De verhalen van die goede oude tijd. De verhalen waardoor ik leerde dat er een groot verlangen bestond naar de oude werkplaats. Niks ‘lean-processen’, gewoon met je maten aan de slag totdat het klaar was. Iedereen kende z’n rol en er was maar één chef. Daar was nooit –ritueel- afscheid van genomen.
Voorspelbaarheid
Een luguber ogend hotel in Tsjechië, net na de val van de muur. Mijn eerste klus in het buitenland. Alles oogt en voelt groot en verlaten als ik door een lange donkere gang naar mijn kamer loop. Ik open de deur, draai aan de lichtschakelaar. Met een unheimisch gevoel sluit ik de deur. Als ik me omdraai zie ik het gordijn bewegen. Sterker, ik zie een schoen onder het gordijn vandaan komen. Mijn hart slaat op hol. Op dat moment stond ik voor de keuze. Is het verschijnsel dat ik waarneem van menselijke aard of van natuurlijke oorsprong? Een moordenaar of de wind? Dat laatste is voorspelbaar, ik weet dan hoe te handelen. Voorspelbaarheid geeft rust. Ik besloot dat de wind de meest aannemelijke oorzaak moest zijn en sloot het raam. De schoen bleek de voet van een lamp te zijn.
Intuïtieve mensbenadering
Sombere gedachten overspoelen me, zo wandelend door het benauwde cellencomplex. Is er dan geen uitweg? Mijn gedachten gaan in gelijke tred met de in-geslotenheid van de ruimte. Binnen of buitengesloten worden lijkt in deze virtuele wereld adembenemend realistisch. De luchtplaats misschien? Hoop op vluchten is er nauwelijks, de muren zijn te hoog, met prikkeldraad. En dan opeens schiet ik in de lach. Er is hoop, gebracht door Circus Engelbregt.
De “intuïtieve mensbenadering” biedt een stappenplan dat kan worden ingezet bij acute noodzaak tot contact met een ander mens.
Stap 1: “maak u klaar voor visueel fouilleren. Ga eerst te ver uit elkaar staan, vervolgens te dichtbij om zo de ideale afstand te bepalen”.
Stap 2: Begin met het aandachtig bekijken van de mens, begin met de voeten en werk langzaam omhoog. Besteed extra aandacht aan kruis en oksels.
En zo gaat het door, met koptelefooninstructies loopt daar de mens in een vervreemdende kooi-omgeving. Zie hier het wezen, zwaaiend met armen en benen, rondjes draaiend, blozend, verlegen glimlachend, starend naar de voeten. En ja, dit gaat over mij, zo stond ik daar, geobserveerde observant.
Mensen zijn in tegenstelling tot natuurverschijnselen slecht voorspelbaar en prikkelen voortdurend ons primaire overlevingsalarm. Tegelijkertijd zijn we afhankelijk van elkaar. Wellicht hebben we daarom geleerd het gedrag van ons medemens te lezen en te voorspellen. We zijn daar de hele dag mee bezig. Wat daarbij helpt zijn verhalen over waarden en gedrag. Er zijn helden die een ideaalbeeld vertegenwoordigen en rituelen die je moet kennen en waaraan je jezelf moet conformeren. Ieder nieuw groepslid zal ernaar moeten kunnen handelen. Pas dan, als de acceptatie daar is wordt de vreemdeling “onze” vreemdeling. Pas dan ontstaan er nieuwe verhalen, rituelen en gebruiken. Tenzij je dit alles weet natuurlijk. Dan omarm je vreemde invloeden omdat het inspireert, omdat je even uit je comfort-zone moet komen en dat heel goed is voor je. Omdat je dan leert en als organisatie is dat weer nodig voor innovatie.
Tenzij jezelf een nieuw systeem begint natuurlijk.
